Desondanks zullen spelers zulke trainingen vaak niet als onplezierig ervaren. Ze komen moe, voldaan en soms uitgewoond van de baan, waarderen de individuele aandacht van de trainer hogelijk (speciaal voor hem of haar heeft hij als veredeld shuttlekanon gefungeerd), maar er wordt weinig gecorrigeerd en het doel van het gebodene is vaak niet duidelijk.
Als we gaan kokeren moeten we ons steeds afvragen, wat het doel van de kokeroefeningen is, die we aan de spelers aanbieden.
Hiervoor zijn verschillende argumenten aan te voeren:
- Het effect van de trainingen zal omhoog gaan, als er wordt getraind op punten, die in directe relatie staan met de individuele leerpunten van de speler.
- Als het lesdoel aan de betrokken speler wordt verteld, zal de bereidheid om er voor te gaan navenant toenemen.
- Bij een juiste keuze en een heldere formulering van het lesdoel wordt voorkomen, dat de kokeroefening technische fouten uitvergroot, omdat een onjuiste techniek wordt gekoppeld aan een hoog bewegings- en slagritme.
- Bij een juiste keuze van het lesdoel, zal er vaak een directe relatie ontstaan tussen de training en de wedstrijd. De speler voelt, dat hij beter kan worden van de training.
- Als het lesdoel wordt behaald, gaat hiervan een stimulerende werking uit. Daarom is een (korte) evaluatie met de speler belangrijk.
De betrokkenen moeten een duidelijk verband zien tussen de doelstelling en de activiteiten die van ze gevraagd worden.
Lesdoelen kunnen het best geformuleerd worden via de SMART-methode. SMART staat voor:
Specifiek
Omschrijf je doel duidelijk en eenduidig. Beschrijf wat je wilt zien, het gedrag op de baan wordt duidelijk omschreven en het na te streven resultaat wordt beschreven met gebruikmaking van kwantitatieve gegevens (bv. aantal herhalingen, hartfrequentie). Een specifieke doelstelling geeft antwoord op de w-vragen.
- Wat willen we bereiken?
- Wie doen er mee?
- Waar vindt e.e.a. plaats?
- Wanneer vinden de oefeningen plaats?
- Welke onderdelen van de training zijn essentieel?
- Waarom trainen we juist dit?
De betrokkenen moeten een duidelijk verband zien tussen de doelstelling en de activiteiten die van ze gevraagd worden.
Meetbaar
- Hoe kunnen we het resultaat meten?
- Hoeveel shuttles/kokers dienen er geslagen te worden?
- Hoe lang mogen we er over doen?
- Hoe lang zijn de intervallen?
Acceptabel
We moeten ervoor zorgen, dat er draagvlak is voor wat we willen trainen. Als de speler de oefening eigenlijk niet accepteert, dan zal het onmogelijk zijn, de doelstelling te halen.
Realistisch
Als op voorhand duidelijk is, dat de gestelde doelstelling niet gehaald kan worden, dan zal deze bijgesteld moeten worden. Het lesdoel moet te halen zijn, maar moet wel moeite kosten. Een te gemakkelijk te halen doelstelling is niet interessant, het brengt immers niet het beste in een speler naar boven.
Tijd
Een SMART-doelstelling heeft een duidelijk startpunt en eindpunt. Met name korte-termijndoelen moeten SMART zijn. Bij lange-termijndoelen is dat niet altijd mogelijk. Als we gaan kokeren moeten we met bovenstaande zaken rekening houden!
Welke vormen van kokeren kunnen we zoal onderscheiden?
- Technisch kokeren: Er wordt een bepaalde techniek ingeoefend. Het tempo bij deze vorm van kokeren moet laag liggen. De techniek wordt nog niet (helemaal) beheerst. Het gevaar bij technisch kokeren onder druk is, dat een foute techniek onder te hoge druk wordt geautomatiseerd. Leg bij het technisch kokeren daarom de oefening gerust stil, als er technische aanwijzingen nodig zijn.
- Fysiek kokeren: In een hoog tempo worden de shuttles aangegeven, waarbij het doel kan zijn om bijvoorbeeld snelheidstraining of tempotraining te geven. Het spreekt vanzelf, dat dit consequenties heeft voor de duur van de oefening. Snelheidstraining kent een maximumtijd van 20 seconden, tempotraining (weerstandstraining) traint het vermogen van het lichaam om met zuurstofschuld te trainen. De oefening duurt dan langer.
- Positioneel kokeren dubbelspel. De trainer oefent met zijn spelers bepaalde positionele situaties in een dubbelspel, zoals het oefenen van overnames in de aanval in het dubbelspel. In de aanleerfase is het tempo rustig, waarbij de situaties zo af en toe worden doorgesproken, in de automatiseringsfase wordt het tempo allengs opgevoerd.
- Tactisch kokeren dubbelspel. Hierbij ligt de nadruk niet zozeer op de posities die de spelers innemen, maar op hun slagkeuze. Worden shuttles recht of cross uitverdedigd of juist kort gelegd.
- Tactisch kokeren in het enkelspel uitgaande van de uitvoerende speler. De speler krijgt bv. de opdracht zo aanvallend mogelijk te spelen of juist zo verdedigend mogelijk.
- Tactisch kokeren in het enkelspel, uitgaande van de aangever. De aangever imiteert een aanvallende of een verdedigende tegenstander, waarbij de uitvoerder moet reageren. Dit om de uitvoerder voor te bereiden op een toekomstige tegenstander. Ook kan de uitvoerder geleerd worden hoe hij dient om te gaan met tempowisselingen.
- Technisch kokeren dubbelspel (als éénling). Bijvoorbeeld om dabs, steeks, half court blockjumps en netdrops te leren spelen. (in het voorveld) In de aanleerfase gebeurt dit in een rustig tempo, maarmate de vaardigheid toeneemt, kan het tempo worden verhoogd. Natuurlijk kunnen zo ook de slagen in het achterveld geoefend worden.
Zomaar een greep uit de verschillende mogelijkheden, waarbij ook allerlei combinatievormen mogelijk zijn.
Gebruik bij het ontwikkelen van oefeningen met de koker behalve het gebruik maken van de SMART-methode ook je fantasie. Denk daarbij aan het gebruik van een stoel tijdens het aangeven (de shuttle kan dan gemakkelijker van boven naar beneden worden aangegeven) of het gebruik maken van een extra aangever.
Overleg met je spelers altijd, waarom voor de oefening gekozen wordt. Alleen op die manier verwordt kokeren niet tot een geestdodende draafsessie.
Reacties 13
Daar ben ik het mee eens, maar mijn artkel ging over het kokeren en niet over MSF in het algemeen.
Het is misschien verstandig om uit te leggen dat er verschillende manieren zijn om op deze manier training te geven, Fred heeft het over kokeren en dat is afgeleid van het werken met een lange plastic koker waar je shuttles in stopt. Dez kokerhou je in je arm en gebruikt hem als een magazijn. Ik heb het over Multi Shuttle Feeding (MSF) omdat ik geen koker gebruik, ik heb de shuttles in een of twee rijen (20 tot 40 shuttles) tegelijk in mijn linker arm. Ik geb´ruik mijn shirt om de shuttle naar beneden te werken. Ik eindig elke slag die ik maak met mijn rechterhand bij de volgende shuttle, deze pak ik aan tussen mijn duim,wijs en midden vinger, ik hou op dat moment mijn racket vast met mijn ringvinger en pink. Op het moment van de slag heb ik al mijn vingers weer om de grip van mijn racket, ik vindt dit een zeer fijne techniek die me veel vrijheid geeft voor het bewegen op de baan. Ik sta zelden of nooit stil bij het MSF omdat je als aangever er voor moet zorgen dat de volgende shuttle taktisch juist wordt aan gespeeld.
Ook ik vind, dat er veel te weinig "gedeeld"wordt. Uitwisselen van gegevens kan de sport op een hoger niveau brengen, dat is de reden van het verschijnen van mijn boek (voor het geld hoef je het niet te doen) en mijn werk voor het TB van de VBO. Ook als docent van BNL probeer ik de nieuwsgierigheid van de cursisten zoveel mogelijk te prikkelen, door ontdekkend bezig te zijn. Zelf ervaren, veel observeren en ook een ruime plaats voor de eigen vaardigheid.
Om te antwoorden op de vraag van Inge:
Net zoals bij andere vaardigheden zal het juist aangeven bij kokeren geoefend moeten worden om het maximale rendement uit de training te halen. Je zult je eigen spelers dus moeten leren om te kokeren.
In het algemeen zijn daar de volgende dingen van te zeggen:
* Houd de koker een beetje schuin, pak hem vast in je linkerhand.
* Trek de shuttle met je rechterhand uit de koker en speel de shuttle met een snelle onderarmrotatie richting het doel
* Hierbij kan een verkorte grip worden gehanteerd
* Begin met simpele vormen, want in het begin zul je al je aandacht nodig hebben bij de juiste uitvoering
* Bijkomend voordeel is, dat je gedwongen wordt kort en snel te handelen, wat een positief effect heeft op de racketvaardigheid van je spelers.
* Oefen voor jezelf eerst op tijden, dat daar gelegenheid voor is. Je kunt iets pas uitleggen, als je het zelf min of meer beheerst.
Zoals ik al zei, zijn er eindeloze oefenreeksen te bedenken bij het kokeren. Als je aangeeftechniek goed is, zul je meer tijd van kijken hebben wat hard nodig is, met name bij tactische vormen.
Ik heb een echte hekel aan alleen maar MSF om moe te worden. Je mag wel moe worden, maar het moet naar mijn idee altijd in een tactisch of technisch kader worden gegoten. Anders slijt je inderdaad dingen in, die fout zijn.
Henri wees daar ook al op. (Woon jij in Italie?)
Wat me inmiddels wel duidelijk is geworden is dat de trainers uit de school Daniëls net als de docent zelf actief zijn in het delen van informatie op badmintonline. BNL, de Nationale trainers, andere trainers en docenten kunnen daar een voorbeeld aannemen. Roel, Henri, René en Ron ga zo door jullie geven het goede voorbeeld.
Geen probleem Roel, ik heb je reactie zojuist als nieuw artikel op de site geplaatst:
http://badmintonline.nl/nie...
Mijn excuses voor de onduidelijkheid van de opmaak , in word zag het er veel beter uit ...
Beste collega trainers,
het in volstrekt willekeurige volgorde aangeven bij MSF is een gemiste kans. Het MSF is net zo interessant omdat je specifieke spelsituaties kan uitlokken op de meest eenvoudige manier. Als je dit voor ogen houdt, merk je dat je al quasi volledig aan de SMART-principes voldoet.
SPECIFIEK: bijvoorbeeld het hoog zitten aan het net, het niet doorzakken achteraan of het verkorten van slagen… Je kan wel gerust over de ganse baan aangeven, maar legt extra nadruk op dat specifieke gedeelte. Zo creëer je spelsituaties waarvoor je je speler wilt wapenen, of geef je hem mogelijkheden voor in een wedstrijd
MEETBAAR: als je zo een specifiek aandachtspunt hebt kunnen vaststellen wil je een probleemzone oplossen of een opportuniteit uitbouwen. Het oplossen of uitbouwen impliceert dan ook dat je een resultaat voor ogen hebt dat meetbaar is.
ACCEPTABEL: over het algemeen accepteren spelers al wat je zegt gewoon omdat je trainer bent, zelfs als het doelloos MSF is. Wanneer je een specifiek doel voor ogen hebt, en dit ook nog eens deelt met de speler, kan hij zelf extra aandacht hieraan besteden, en zal de motivatie zonodig nog groter zijn. Belangijk is dat je je mening en je stellingen kan onderbouwen op elk moment van de oefening.
REALISTISCH: uiteraard moeten je doelstellingen in de ogen van de spelers steeds realistisch zijn. Wel kan het helpen om de doelstelling voor de spelers niet van in het begin te leggen waar jij ze wil, maar deze gaandeweg het leerproces te verschuiven. We krijgen dan het principe van snelheid van aangeven en eventueel aangeven met schijn…
TIJD: de meeste oefeningen MSF hebben een direct meetbaar resultaat tot gevolg. Je bent individueel bezig met (een) speler(s) en corrigeert ALLES wat verkeerd loopt. Desnoods moet je het na elke shuttle uitleggen.
Zoals je merkt heeft het vooropstellen van een doel dat hoger inzet dan het puur fysiek trainen, automatisch tot gevolg dat je het SMART principe onbewust gaat toepassen. Ikzelf stond hier ook niet bij stil tot ik bovenstaand artikel gelezen had.
Zoals Fred, Ron en Henri stellen zijn de mogelijkheden en toepassingsgebieden quasi onbeperkt. Enkele van de voordelen die nog niet opgesomd zijn :
- Je kan het tempo nog hoger gaan leggen dan dat in een wedstrijd zelfs maar mogelijk is, waardoor je de druk op spelers nog hoger gaat opvoeren. Koppel er dan nog taken aan die ze moeten uitvoeren en dan ben je extreem goed aan het werken. Laat ze bepaalde opdrachten uitvoeren. Deze kunnen met badminton te maken hebben ( bijvoorbeeld bij elke derde shuttle op je RTH vertraag je het spel door geen RTH te spelen maar een pull BH en als vervolg daarop terug te versnellen), maar het kan ook los van badminton staan. Zo hoorde ik onlangs dat iemand een verhaal moest vertellen tijdens het MSF’en. Je creëert extreme situaties die in een wedstrijd, zelfs wanneer je onder druk komt, makkelijker zullen zijn.
- Bij MSF elimineer je de mogelijkheid dat de rally omwille van een fout stil komt te liggen. Je vermijdt zodoende onnodige onderbrekingen.
- Het aangeven kan preciezer en met minder fouten
Ééniets waar wel aandacht voor moet zijn is dat de aangever in sommige oefeningen tactisch moet meebewegen met de shuttle, vooral in dubbeltrainingen. Hier moet wel voor opgelet worden zeker omdat je anders verkeerde mechanismen gaat ontwikkelen bij de spelers.
Inge,Het spreekt voor zich dat het aangeven van cruciaal belang is bij MSF. De oefening staat of valt met de kwaliteit en snelheid van aangeven. Hieronder een aantal praktische tips die ik mijn spelers altijd meegeef…
1. Je neemt de shuttle tussen de duim en de middelvinger van de rackethand
2. Je houdt een vrij korte grip waardoor je snelle bewegingen kan maken met het racket.
3. Je gooit de shuttle niet op, maar laat hem als het ware gewoon los en onderschept hem iets lager. Het opgooien van de shuttle zorgt ervoor dat hij gaat tollen en zodoende veel minder precies kan aangegeven worden.
4. Na het slaan van de shuttle zwaai je lichtjes door zodat je in 1 beweging met je duim en middelvinger een volgende shuttle uit het rijtje dat in je andere arm ligt, kan nemen.
5. Je beweegt je arm terug naar achter als een slagbeweging en laat ondertussen de shuttle weer los (niet opgooien).
Op deze manier krijg je een vrij vlotte manier van aangeven, die je zo k an uitbouwen dat je na verloop van tijd blindelings kan aangeven. Zo kan je dus nog meer je focus gaan leggen op de bewegingen van je speler…Ik leg tijdens het aangeven ook altijd direct alles stil als ik iets zie dat niet goed is. Dat doe ik tot de speler correct de oefening uitvoert…
Zelf gebruik ik het bijna elke training.Gisteren ook nog bij BC TILBURG. Een damesdubbel onder hande genomen. Eerst begonnen met rotatie van de dubbel (uiteraard MSF, waarbij het dus als aangever wel belangrijk is dat je meeschuift) en waarbij het doel is om geen gaten te laten op de baan en deze al anticiperend toe te lopen voor ik de kans had erin te spelen. Dan de speelsters individueel op pijnpunten aangepakt in hun rol als spelverdeler en werker. Het doel voor de werker was het kiezen welke slag vanuit welke positie achteraar onder welke druk? En niet altijd maar proberen te smashen met een grote foutenlast tot gevolg. Dit met in het achterhoofd dat ze veelal niet vanachter weggeraakte en daar werd weggedrukt. Andere mogelijkheden zijn dan een snelle clear in het midden of een drive bij het oplopen vanuit de forehand, die ook door het midden zou gaan ipv de klassieker die langst de lijn gespeeld wordt. Het doel voor de spelbepaler was een kortere racketvoering aan het net (nijpprincipe), alsook het aggressiever onderscheppen ipv steeds enkel maar tegen te houden. Neem risico’s en druk liever op het lichaam dan enkel maar tegen te houden waardoor de rally gewoon opnieuw kan beginnen.
Een tweede extra training was voor een enkelspeelster. Zij is echt goed en steekt er bovenuit in de groep, vandaar dat we na de training nog wat extra doen. Op het eerste zicht zou je kunnen gezegd hebben dat het willekeurig aangeven was over het ganse veld. Maar we hadden afgesproken dat de nadruk zou liggen op het hoog zitten aan het net… ze kreeg dus veel meer shuttles aan het net dan achterin. Dit liep goed zolang ze enkel maar aan het net moest werken. Van zodra ze vanachter uit kwam merkte je dat de racketvoering terug zakte en er van onderuit een beweging naar boven gebeurde en niet het direct strekken van de arm naar de shuttle. Het is dus nog niet helemaal in orde en weten wat er volgende keer op het programma staat…
mvg
Roel Van Heuckelom
Bedankt voor jullie reactie. Ik zal er op terugkomen, ik moet nu naar de sporthal, later vind ik misschien even tijd.
Mijn boek is uit:
Hoe te bestellen?
1.Ga naar www.boekscout.nl
2.Klik aan: Boekwinkel
3.Klik aan: Sport en spel
4.Klik aan: meer informatie
5.Bestel.
Meer info?
Fred Besselink
Broerdijk 36A
7081 HA Gendringen
Tel: 0315-683324
Mob: 06-13709991
Email: besselink@planet.nl
Een nuttige vraag, een klein beetje gaf ik al aan dat op het aangeven getraind kan en moet worden, ik had het over spelers, maar dit geld ook voor ons coaches. Het onderhandsaangeven is redelijk eenvoudig en er zijn een aantal goede methodes voor. Ik hoop dat deze op de verschillende cursussen in NL naar voren komen, het is een klein blokje en als je het eenmaal kunt hoef je niet meer na te denken over het slaan maar kun je kijken.
Natuurlijk vereist dit kennis en kunde, maar dat willen we altijd verwerven en verbeteren als trainer. Je kunt heel eenvoudig beginnen, niemand begint met een complexe tactische multifeed sessie met topspelers, dat lukt waarschijnlijk ook niemand. Zoals geen enkele speler begint in superseries.
Maar Inge heeft gelijk, het is voor velen waarschijnlijk niet eenvoudig uit te voeren, daar gaat ook voor de trainer training inzitten :)
En veel praten, feedback, leren, en ik weet eerlijk gezegd niet zoveel over de cursussen in NL, daar weet Fred ongetwijfeld veel meer van en hopelijk kan hij je hierbij helpen als je geinteresseerd bent om dingen hierover te leren.
Bedankt voor de zeer terechte vraag!
Er staat niet veel in over waar de trainer zelf aan moet voldoen (technisch) om deze training met succes te kunnen uitvoeren. Ik ben een club trainer en ben van mening dat het niet makelijk is om zoveel veel dingen tegelijk te doen. Aan geven, kijken en verbeteren en dan ook nog eens de kwaliteit in het oog houden, hoe doe je dat??
Een leuk stuk met veel nuttige informatie, die inderdaad zoals Ron aangeeft voor bepaalde trainers vanzelfsprekend zijn, maar ook voor diegene is het goed er eens over na te denken. Zelf ben ik er een groot liefhebber van, zowel in de technische training als eerste stap in een progressie, als ook om spelers fitter te krijgen.
Mijn ervaring is echter dat op vele plekken er aan MSF wordt gedaan, zonder een bepaald doel vooraf op te stellen, en indien erom gevraagd wordt de fysieke component naar voren te halen. Ik vraag me af hoeveel trainers het gebruiken om in een paar minuten te ontdekken waar een speler bewegingsproblemen heeft.
Ik denk dat de mogelijkheden vrijwel onbegrenst zijn, maar dat iemand goed moet weten waarmee hij bezig is. Soms hoeft de speler het niet eens te weten, het doel kan zijn dat deze het zelf gaat ontdekken in de training.
Technisch gezien is MSF niet echt gemakkelijk, een van de eerste dingen die ik een groep kinderen tegenwoordig aanleer is om te feeden, vooral met de hand, want dan dek je al het belangrijkste gedeelte van de baan af: frontcourt, waardoor ze gelijk met techniek kunnen beginnen en rotaties aanleren, die vervolgens gebruikt worden om met shuttle en racket te kunnen feeden. Er is altijd een probleem in groepstraining dat lang niet iedereen fatsoenlijk kan MSF'en, vandaar dat het ik het tegenwoordig in allerlei spelvormen heb gegoten om het ook de allerjongsten aan te leren. Ze vinden het leuk, en het gevolg is dat je gelijk meer kwaliteit krijgt even later als je met een slag bezig gaat.
Als je spelers gebruikt voor het kokeren, is het erg belangrijk dat je ze goed instrueert, doelen geeft. Zowel om de kwaliteit van de oefening voor het lijdend voorwerp hoog te krijgen, als ook om de betrokkenheid en interesse van de feeder zo te houden. Vaak vinden ze het niet echt leuk, en persoonlijk had ik een pesthekel aan feeders die praten, niet echt opletten, de shuttle te laat, te vroeg, of helemaal niet aangeven, of slecht geplaatst.
Als bijvoorbeeld feeding wordt gebruikt in speedtrainingsoefeningen (short anaerobic) in het begin van de training, dan is het extreem belangrijk dat hier ook echt snelheid inkomt en niet dat als iemand bijvoorbeeld onder druk op de achterlijn zou moeten komen te staan om vervolgens een pull te spelen, deze een half uur staat te wachten en normaliter gewoon de shuttle had gesmasht.
Bij twee feeders is het erg belangrijk dat deze comuniceren,daarom probeer ik waar mogelijk dubbelcombinaties op dezelfde baan te krijgen als ik 2 feeders of soms meer gebruik, zodat ze blijven comuniceren en zowel als koppel werken en de kwalitiet in de training hierdoor hoger is.
Het is een interessant onderwerp, en de mogelijkheden zijn legio zoals Fred zeer juist beschrijft in het deel uit zijn boek Fredminton, het is mooi dat Fred dit zo gecatologiseerd heeft, erg nuttig.
Persoonlijk gebruik MSF op vele manieren van pure techniek, tactiek, tot fysiek met technische/tactische opdrachten (ik vind puur en enkel zware fysiek nogal riskant, het heeft voordelen dat ze constant hun lichaam vragen bijzondere prestaties te leveren dus krijg je een goede supercompensatie (mits de trainer en speler weten dat ze hiervoor ook rust / werken met hoofdzakelijk andere systemen nodig hebben en niet de volgende ochtend precies dezelfde training doen bijvoorbeeld)
Echter krijg je tevaak wat ook Fred aangeeft: dat mensen blind over de baan rennen en het gevolg hiervan is dat ze:
1) niet nadenken (erg kwalijk, zelfs als je moe bent moet je juist kunnen nadenken omdat je jezelf anders nog meer in de problemen brengt), daarom heb ik er graag opdrachten bij. Het kan heel simpel: als dit, dan dat of dat, keuzes die ze moeten maken terwijl ze fysiek werken
2) slechter gaan bewegen, misschien wordt de fysieke gesteldheid wel beter, maar de manier van bewegen die ontwikkeld wordt, is vaak erg grof en ongecontroleerd, dus eigenlijk doe je dingen die je niet wilt doen op de baan.
3) vaak alleen maar hard en snel gaan spelen, dit is natuurlijk op te vangen door goede opdrachten mee te geven aan de werker.
Gevolg is dat je dus langzamer wordt in een bepaald opzicht, omdat je voetenwerk verslechterd en je niet nadenkt en zelfs riskeert vaste slagenpatronen te ontwikkelen, die vervolgens door een slimmere tegenstander handig uitgebuit kunnen worden.
Al denk ik dat MSF'en met als enige doel hard werken, zoals hiervoor omschreven, voor spelers die niet al te ambitieus zijn het gewoon harde werken, lekker moe worden en fitter, wel aspecten zijn waardoor je op lagere niveaus en zelfs op junior niveau veel snelle resultaten kunt krijgen in je spel, maar je jezelf hierdoor eveneens ongeschikt maakt om een echt goede badmintonner te worden. Ze zullen immers fitter zijn en gewend zijn zo hard mogelijk naar de shuttle toe te komen en hierdoor veel spelers die misschien zich op lagere leeftijd iets meer op andere aspecten ontwikkelen voorbij kunnen gaan, tijdelijk.
Bedankt Fred voor het op badmintonline zetten van je stuk, ik hoop dat er velen zullen volgen, zowel van jouw hand als van anderen.
Het is ontzettend belangrijk dat trainers hun ideeen hebben, deze uitdragen, misschien hier en daar bijstellen door gesprekken met anderen, daar wordt iedereen beter van: wij als trainers, en de spelers. Trainers en spelers willen altijd beter worden. onzekerheid blokkeert vaak kennis delen, zichzelf openstellen, en dat blokkeert vervolgens de ontwikkeling van de trainer/coach en dus zijn spelers.
Nu kan dat worden opgevangen als trainers erg zelfbewust zijn en spelers ook, door te gaan shoppen voor de componenten die ze nodig hebben, maar helaas is dit zelden het geval en wordt het ook niet echt gestimuleerd door bonden heb ik het idee. Hier in Italie tenminste niet.
Erg goed stuk! Ik als (bijna afgestudeerd) technisch bedrijfskundige kan veel van dit stuk genieten. Elke poging om badminton SMART te maken kan ik alleen maar van harte toejuichen. Ook wordt kokeren vaak gezien als hard werken, terwijl in dit stuk ook de andere kanten naar boven komen. Ga zo door. Hier komen we als Badminton Nederland wel verder mee!
Beste Fred,
Ik kende al het een en ander van dit stukje uit je Boek “Fredminton” Je stelt een aantal belangrijke punten van het Multi Shuttle Feeding (kokeren) aan de orden, en ik zie het dan ook als een aanzet om dit onderwerp onder de aandacht te brengen. Wat me voor mezelf opvalt is het feit dat ik dingen als vanzelf sprekend zie die voor veel club trainers misschien helemaal niet zo van zelf sprekend zijn, die haal je er goed uit met dit stukje. Ik denk ook wel dat je weet dat het nog lang niet kompleet is, je kunt nog heel veel meer kunnen zeggen over MSF.
MSF is een niet weg te denken onderdeel van mijn training en Erik Meijs heeft onder andere wel ervaren dat de mogelijkheden on beperkt zijn en ook de hoeveelheid die je kan doen. Het komt meer dan eens voor dat we 150 rijtjes van 20 doen en dus uren bezig zijn met alleen dit onderdeel. Het zou wel aardig zijn als trainers in het land hun mening geven over dit onderwerp en hun ervaring schrijven. Je boek zou in alle verenigingen moeten liggen zodat trainers en ouders het eens zouden kunnen in kijken het heeft namelijk juist voor dit niveau zeer veel informatie, ik hoop dat je een vaste schrijver zult worden van zulke stukken op badmintonline.
Reacties zijn afkomstig uit de periode dat badmintonline.nl Disqus gebruikte als reactiesysteem.