De Olympische Spelen als sociale media van de sport
Zijn de spelen niet gewoon de sociale media van vroeger? Je gaat er heen omdat iedereen dat wil en omdat alle anderen het zo belangrijk vinden.
Je gaat er niet heen omdat het het beste en meest sterk bezette toernooi is, want dat is het natuurlijk niet. Daar komt dat sociale aspect om de hoek kijken, want iedereen zou mee moeten kunnen doen ook al kan je helemaal niet mee draaien met de wereldtop.
Door dit kromme principe zie je bobsleeërs uit Jamaica, tafeltennissers uit landen waar ze thuis nog niet eens een tafel hebben, laat staan een tafeltennistafel.
Zo worden de Olympische Spelen eigenlijk al een beetje paralympics, omdat er héél veel spelers thuiszitten die véél beter zijn dan hetgeen er aanwezig is.
Voor de echte toppers is het een relaxtoernooi, want de tegenstand is al flink uitgedund en dat zorgt er dan weer voor dat er maar weinig verrassingen zijn.
Het meedoen is belangrijker dan het winnen roepen de zwakke broeders en zusters dan ook in koor. Maar in werkelijkheid haalt het de sport naar beneden.
Voor elke sporter zou het doel altijd moeten zijn om wereldkampioen te worden. Daar doen namelijk wel altijd de besten van de aarde aan mee en daar heeft iedereen de kans om naar toe te kunnen gaan.
Elke keer als ik een interview lees van jonge badmintonners, dan staat er als kop: ik wil naar de spelen, alles opzij voor de spelen of meer van zulke dingen. Eigenlijk zou er moeten staan: ik wil de beste worden, want dat heeft als bijkomstigheid dat je naar de Spelen mag als een soort sociale beloning.
Het malle circus van vandaag gaat om het halen van een minimaal aantal punten, zodat je mee mag doen en vooral hopen dat er niet een of andere speler uit een door god verlaten land een soort troost toegangskaartje krijgt ten koste van jou. We hebben het dan ook over de geschoonde lijst. De vieze prestatiekop is afgeroomd en weggegooid, zodat de nog mindere ook een kans hebben om een keer te voelen hoe het is om een stadion binnen te komen net als de sporters die er normaal zouden moeten staan.
Ze hebben natuurlijk groot gelijk dat ze mee doen, wat kan jou het schelen dat er anderen zijn die beter zijn. Jij bent er geweest en zij niet en daar gaat het om. Na jarenlang hard te hebben moeten rekenen is het fijn genieten van een welverdiende vakantie in het Olympisch dorp.
Wil ik dat het gaat veranderen? Nee hoor, je moet ook sociale toernooien hebben en de Spelen zijn net als Facebook niet meer weg te denken uit deze wereld. Maar het is goed om je als sporter af te vragen hoeveel de Spelen je mogen afleiden van je werkelijke doel om gewoon de beste te worden in je sport en te gaan voor het WK.
Reacties 7
Ik schrijf niet zomaar wat het zijn altijd dingen die me bezig houden en waar ik me over verbaast, het is prima dat spelers zeggen dat ze naar de spelen willen maar als je door vraagt dan komen ze vaak niet verder dat ze het alleen maar willen, waar is het plan,welke eisen stellen ze zichzelf of aan hun bond? Zelf bij spelers als Erik Meijs die zich zulke dingen wel afvraagt heb ik mijn twijfels of hij RIO kan halen en lijkt me 2020 meer voor de hand liggend.
Dicky en Eric (Pang) zijn de beste spelers als je afzet tegen de tijd waarin we nu zijn beland met onze sport, de ontwikkeling is zo snel gegaan de laatste jaren en je moet zoveel meer een complete speler zijn om tot de echte top te komen.
In Azië is de training aanpak zoveel veranderd dat het nu nog veel moeilijker is dan het was in de tijd van Jeroen en Pierre, natuurlijk kan ik de tijd niet geheel als vergelijk punt gebruiken want als Pierre en Jeroen nu hadden gespeeld dan hadden ze misschien ook goed gedaan en misschien wel beter dan Dicky en Eric.
Het zijn ook twee spelers die veel tegenwerking hebben gehad van BNL, Dicky riep jaren geleden al dat Martijn weg moest en beide spelers hebben helemaal niets op met de manier van werken in ons land. Ze hebben het helemaal zelf moeten doen zonder de hulp van onze bond en de laatste 3 jaar zelfs met tegenwerking van de bond. De tweede reden is dat iemand als Eric bijvoorbeeld nog helemaal niet op zijn top is geweest, ik zie nog heel veel mogelijkheden tot vooruit gang en denk dus ook dat Eric er in 2016 als enige Nederlander bij zou kunnen zijn in RIO,
Palyama was zonder twijfel in zijn betere dagen technisch veel beter dan Pelupessy was. Had Palyama de inzet van Van Dijk gehad dan was Palyama wereldkampioen geweest.
@ Ron
Ik vind de stelling dat Eric en Dicky de beste spelers zijn bijzonder interessant.
Puur uit interesse (ben objectief) zou ik graag van je willen weten waarom je deze prefereert boven een Jeroen van Dijk of Pierre Pelupessy.
Naar mijn mening waren deze spelers minimaal gelijkwaardig aan Dicky, zoniet iets sterker, wellicht ook iets geholpen door hun fysieke kracht (en lengte).
Dit ondanks het feit dat het spelletje sneller is geworden.
Ben erg benieuwd naar je reactie.
Groetjes,
Sander de Jong
Ik denk dat veel spelers iets anders bedoelen met ik wil naar de spelen! Zij bedoelen in werkelijkheid ik wil de beste worden, want zoals iedereen het zegt zijn de spelen het hoogst haalbare (ondanks dit stuk van Ron, overigens mee eens, niet de allerbeste staan er) je mag dan 4 jaar lang zeggen ik ben Olympisch kampioen. De olympische spelen hebben een andere insteek dan wat Ron hier schetst en uiteraard is dit voer voor discussie.
Als ik je reactie op dit stuk lees Ron moet een speler niet inzetten op de spelen maar om wereldkampioen te willen worden, als je namelijk wereld kampioen bent plaats je je automatisch voor de spelen. Zelfs BNL kan daar niet onderuit lijkt me.....(wie weet wat er dan uit de hoge hoed komt..)
Bester Ridder-adept, Ik ben het met je eens dat het kompleet onzinnig is dat elke speler die maar een klein beetje badminton kan spelen zegt dat die naar de spelen willen als doel, daarom heb ik dit stuk ook geschreven. Eric en Dicky zijn de beste heren enkel spelers die we ooit gehad hebben in onze sport, door dat te zeggen zal ik wel weer wat reacties krijgen van lezers die zeggen dat er vroeger ook hele goede spelers waren maar die gaan dan gewoon voorbij aan het feit dat onze sport zich heel erg veel heeft veranderd en veel moeilijker is geworden.
Ik zie op de volgende spelen voor Nederland waarschijnlijk weer maar 1 speler staan met een speler die er dicht tegen aan zou kunnen zitten. Ook dan weer zullen het spelers zijn die niet bij BNL vandaan komen als de situatie niet veranderd. Er zullen GEEN dubbel spelers in RIO zijn, Geen heren, dames of mix dubbel, de kans dat een van mijn eigen spelers er bij zullen zijn is ook minder dat 25%. Dat heeft gewoon met de tijd en de situatie in Nederland te maken.
De fout die er naar mijn mening in jou reactie staat is dat je niet moet denken dat je geen Wereld kampioen gaat worden. Als je zegt dat je Wereldkampioen wil worden dan wil dat nog niet zeggen dat je niet realistisch ben. Daar heb ik natuurlijk ook een leuk voorbeeld bij want als je iets zegt zoals jij dat doet dan is tegen over gestelde ook waar. Morten Frost was namelijk de beste badminton speler uit de vorige eeuw maar is NOOIT Wereld kampioen geworden. Dus ook al ben je veer uit de beste dan wil dat nog niet zeggen dat je het ook wordt.
Jou schrijven is iets wat we in veel landen van Europa zien namelijk doe maar normaal en denk niet dat je wat ben, en zelfs als je er ben hoef je niet naast je schoenen te gaan lopen. Daar moet ik niets van hebben niet van of voor mijn spelers maar ook niet in mijn eigen denken, als je goed ben dan ben je dat gewoon en door dat te ontkennen doe je jezelf en de mensen die je steunen te kort. Je bent pas echt wie je bent als je daar voor uit komt, dat zie je overal om je heen want als je bijvoorbeeld homo ben maar je ontkent het in alle toon aarden dan ben je het niet echt en je maakt het jezelf extra moeilijk. Het niet zeggen van zulke dingen wordt enkel en alleen in gegeven door andere, het gaat er altijd over "wat vinden andere er van" en daar wordt je ook op aangesproken. Maar als andere mensen je niet moeten zoals je ben waarom zou je dan hun belangstelling willen hebben? Je mag en moet zelfs zeggen dat je goed ben als je dat vindt en je mag en moet een doel hebben wat hoog ligt als je het echt meent, als je dan maar ook het werk wil doen dat nodig is.
Een net zo grote fout is dat bijna elk jong talent denkt dat het realistisch is om te roepen dat de Spelen zijn of haar doel zijn. Onzin natuurlijk, want door zo hoog in te zetten kan het niet anders dat heel veel jongelui teleurgesteld gaan worden. Als Palyama en Pang niet goed genoeg zijn volgens de eisen van NOC*NSF, hoe groot zijn dan de kansen van de gemiddelde aspirant-topper?
Ik sprak vandaag Lennart Breeschoten en vond het een verademing hoe die jongen sprak over badminton. Heel realistisch ('Ik word toch geen wereldkampioen, dus waarom zou ik op Papendal gaan wonen?') en duidelijk dat plezier in de sport voor hem bovenaan staat. Dat is met al die opgeklopte ego's toch vaak anders!
Tegen jonge talenten zou ik willen zeggen: haal eruit wat erin zit, maar blijf realistisch en houd vooral plezier in het spel. Of je nu één of tien keer in de week traint.
De Olympische denkfout wordt door NOCNSF gemaakt door te stellen dat alleen BNL'ers mee mogendie bij de beste 16 van de wereld horen i.p.v. de realistische eis van de wereldbond die zegt dat je bij de beste 36 hoort te zitten. De volgende die dan een Olympische denkfout maakt is BNL die akkoord gaat met die absurd verzwaarde eis van het NOCNSF en daarmee al jaren goeie Nederlandse badmintonspelers te kort doet.
Reacties zijn afkomstig uit de periode dat badmintonline.nl Disqus gebruikte als reactiesysteem.