De ontwikkelingpuzzel van jeugdbadmintonners - Deel I

De ontwikkelingpuzzel van jeugdbadmintonners - Deel I

Al enige tijd heb je niets van mij gehoord. Mijn geheel nieuwe levensstijl vergde wat aanpassingen in de dingen die ik normaal plachte te doen. Een van de dingen die ik niet meer zo makkelijk kan doen, is achter een PC zitten en op mijn gemak allerlei dingen uitzoeken en op papier zetten

Het huismanschap brengt geheel andere 'problemen' met zich mee. Daarbij is het wel snel gegaan met de badmintondingen die ik nu aan het doen ben. Na mijn laatste artikel kwamen er direct enkele ouders op mij af die interesse hadden in een 1-op-1 training. Ik ga proberen je deelgenoot te maken van hun en mijn ontwikkeling en daarbij tevens wat specifieke dingen behandelen over het trainerschap. Althans hoe ik daar over denk.

Een van de dingen die mij aanzette tot het schrijven van dit artikel was de volgende video. Eigenlijk kunnen we deze video ook naadloos laten doorgaan in de manier van waarop we anno 2017 nog steeds badmintonlessen geven. Kijk deze video en denk er eens over na.

YouTube video

Om deze video te tonen is toestemming voor media-cookies nodig.

Keuzes

Ik ben voor mijzelf inmiddels tot een duidelijke keuze gekomen. Geen groepstrainingen (nou ja, eentje dan momenteel) en vooral 1-op-1 en dan het liefst het hele plaatje: de hele ontwikkeling van het kind, met alle facetten, zoals voeding, video, tactiek- en techniektraining in een korte-, middellange en lange termijnplanning. Ik wil mij toeleggen op het trainen van meisjes tot zo'n 14 jaar, maar die wel voorbereiden op een topsportweg. De interactie met meiden is anders dan met jongens en ik voel mij daar happy bij en ik heb het idee dat meisjes op deze leeftijd zich sneller ontwikkelen, maar daar zullen de meningen wel over verdeeld zijn.

Kom ik meteen op het punt dat ik vind dat we in Nederland trainers moeten gaan opleiden met een specialisatie. Je kunt niet alles doen of leren. En als je dat al kunt of wilt, moet je heel erg veel tijd tot je beschikking hebben. Zoals ik al eens heb aangegeven: ontwikkel een systeem met deelcertificaten en kies je eigen interesse. Ik kom hier later op terug.

Ik denk zelf dat ik een oog heb voor jeugdig talent en dat ik ouders en kinderen iets te bieden heb. Sommigen zullen mij ongetwijfeld het predicaat arrogant opleggen, maar ik zeg het meer vanuit een gevoel dat ik zelfverzekerd ben.

Mijn weg

Er zijn weinig trainers die de weg kunnen volgen zoals ik die nu doe. Ik kan mij gewoon richten op 1-op-1 training en ik ben beschikbaar wanneer de kinderen beschikbaar zijn. Uiteraard is het cruciaal dat ze zelf graag willen en alle hulp krijgen van de ouders. Ik train nu in Alphen aan de Rijn. Vier banen die altijd klaarliggen, een core stability 'hok' en een fitnesscentrum (en een niet te duur abonnement). De eigenaar is zelf badmintongek en probeert het badminton te promoten, zeker voor jeugdleden. Dit soort centra zouden er gewoon meer moeten komen. Als er her en der in den lande meer van dit soort mogelijkheden zouden komen, zou dat onze sport zeer goed helpen.

Even een kleine introductie van het 'materiaal' dat ik nu ter beschikking heb. Vier meiden: 8, 9, 11 en 13 jaar. Het aardige van deze meiden is dat ze allemaal anders zijn. Enkele karaktertrekken: introvert, extravert, talentvol, trainbeest(jes) en allen badmintongek. Twee eigenschappen die ze echter allemaal gemeen hebben: ze zijn slim en ze hebben een soort van X-factor die deze kids onderscheidt van andere kinderen. De 13-jarige past er eigenlijk niet (meer) zo in. Helaas. Op dit moment zit ze in een dip. De reden is dat ze nooit goed begeleid is en dit is een groot probleem in Nederland: men ziet niet wat er gebeurt op de baan in de ontwikkeling van de kinderen. Ze hebben talent, winnen veel, maar dat komt door bepaalde zaken die ze U13 net even beter maakt dan andere kinderen. (Zie ook het artikel van Ron Daniëls.) Bij haar probeer ik te redden wat te redden is om haar niet verloren te laten gaan voor het badminton.

Basis

In mijn optiek is het dus cruciaal om de basis goed neer te zetten en hierin moeten wij in Nederland dus gaan investeren. Bovengenoemde kinderen hebben allemaal hun eigen ontwikkelpuzzel en het is niet zo dat je op dezelfde manier aan de gang kunt gaan. De puzzels moeten bij elk kind op een bepaalde manier in elkaar worden gelegd, want ze gedragen zich allevier anders. In een ander artikel ga ik daar uitgebreider op in.

We moeten talenten slim maken, dat ze van zich af kunnen bijten en al vroeg beseffen wat er op de baan en in onze sport nodig is om goed te worden. Zij moeten in staat zijn op hun 15e al zelf een training te kunnen neerzetten en niet afhankelijk zijn van een trainer die altijd maar zegt wat ze moeten doen. Er zijn kinderen genoeg die niet weten wat ze moeten doen als er een keer geen trainer is. Nou, dan gaan we maar vrijspelen.

Ik praat veel tegen mijn kinderen en dat mag niet volgens de SL3-opleiding of de bijscholingen die ik heb gevolgd, maar daar staat tegenover dat ik mijn pupillen ook veel laat praten; ze moeten praten! Soms resulteert dat in een praatsessie op de baan. Op deze manier wil ik graag op gelijke basis met elkaar bezig zijn. Ze moeten gaan nadenken over alles wat er op de baan gebeurt en als ik dat doe met medetrainers, waarom dan niet met mijn kids?

Ik zeg ook steeds dat ik maar een hulpmiddel ben om de top te bereiken. Zij moeten gaan bepalen wat er gebeurt en hoe dat gebeurt. Laat ze maar uitleggen hoe een splitstep werkt en hoe je deze toepast. Ik leg wel 20 keer de training stil om te vragen waarom ze iets doen en of het anders kan. Ik plan ook nooit een training. Ik spring van de hak op de tak als ik mogelijkheden zie om direct een punt onder de aandacht te brengen. In het begin is dat lastig en bij sommige kinderen moet je een band opbouwen. Lesgeven en wegwezen is er bij mij niet bij. Ook de ouders dienen exact te weten waar wij mee bezig zijn en vooral de ouders spelen een cruciale rol in de ontwikkeling van hun. Rijtjes maken, naar trainingen en toernooien rijden: ze zijn een bepalende factor in de ontwikkeling van hun kind. Ik probeer ook zoveel mogelijk op toernooien te zijn en te coachen op dingen die we in de trainingen doen. Winst of verlies, ach, niet zo heel belangrijk. Opbouw, van het spel, dat is het belangrijkste nu.

Benodigdheden

Er zijn enkele belangrijke ingrediënten voor een goede basis: het voetenwerk en techniek, techniek en nog meer techniek. Je kunt niet te vroeg beginnen met techniek. Dit botst helaas nog wel te veel met de filosofie van andere trainers die nog steeds handelen volgens het SL3-principe met voorzwaai, nazwaai, achterzwaaien en dat soort zaken. En dat botst soms tijdens andere trainingen. De kunst is dat ze de dingen leren herkennen en ermee moeten omgaan.

Voor dit soort trainingen moet je ook als trainer bepaalde dingen goed kunnen. Je moet kunnen anticiperen en op het moment dat je aan het aangeven bent een aantal zetten vooruit kunnen denken. Je moet weten wat er je het kind wil laten slaan en hoe je dat wilt laten doen. Daarbij moet je ook direct kunnen kijken of ze het technisch goed doen en of het voetenwerk goed is bij een bepaalde slag. Erg lastig soms en vandaar dat ik mijn eigen beperkingen ken en het daarom wil houden bij jonge kinderen. Het simpel aanspelen van rijtjes shuttles, zonder rekening te houden met tactiek of techniek is dus uit den boze.

Genoeg voor nu. Ik ga binnenkort nog uitgebreid in over mijn manier van 1-op-1 trainen.

Oproep

Er zullen ook trainers zijn die weleens willen discussiëren of willen zien hoe en wat ik nu eigenlijk doe. Misschien weleens zelf willen meekijken of zelfs een training willen doen. Ik ga geen gesprek uit de weg, sterker nog, val me aan, bekritiseer, maar doe het fair en niet achter mijn rug om s.v.p. Wie weet kunnen we nog genoeg van elkaar leren.

Via de redactie kunt u mij altijd bereiken. Bellen, mailen, sms'en of gewoon aanspreken op een toernooi.

WhatsApp X

Wat vind je van dit artikel?

Reacties 7

Rene Sehr

Hoi Guus, dat is alweer een tijdje geleden dat wij met elkaar hebben gesproken! Het gaat mij er om dat er iets MOET gebeuren in Nederland. We rommelen allemaal maar wat aan, je ziet dat ouders en kinderen andere trajecten willen uitproberen omdat ze bij BNL niet echt verder komen. Specialisten opleiden, want ik zit na 14-15 jaar aan mijn grens. Mijn kinderen zouden moet worden overgenomen door een trainer die dit aankan en de lijn van mijn trainingen kan doorzetten. De meeste echte toppers zouden zichzelf moeten aansturen en in samenspraak met hun trainers, hun eigen trainingen moeten verzorgen. Dus niet als ze senior zijn en dan pas alle steun krijgen, nee veel eerder. Mijn eerste pupil, was, nee is zo'n miskend talent, maar stuurde al op 13 jarige leeftijd mij aan. Niemand die het wilde zien. Oncoachbaar! En ik weet dat er nu kinderen buiten de BNL selectie worden gehouden omdat ze ook op deze manier denken. BNL kan er niet mee omgaan... Er moeten trainers zijn die speciaal gericht zijn op voetenwerk, feeden, mentaal, voeding, corestabilty. Kijk naar andere landen en sporten waar toppers diverse trainers gebruiken, ieder gericht op een specialisme. Ik geloof dat Caroline Marin 6 verschillende "specialisten" tot haar beschikking heeft. Laten we nu niet proberen alles zelf te kunnen en te doen. Ik denk dat in de leeftijd van 8-13 jaar, in Nederland en in het badminton je nog aardig met 1 trainer aan de gang kunt, maar willen we echt weer naar de top, zul je ook hier al wat andere trainers moeten kunnen raadplegen. Ik heb nu al wat aanmeldingen van trainers om eens te kijken bij mij en misschien als ik in wat rustiger vaarwater kom, dat ik zelf ga proberen een wat meer gerichtere aanpak te doen om een bijscholing te verzorgen. Kom eens naar een JM toernooi in de komende maanden, kunnen we eens 1 op 1 doorbabbelen :-)

Henri Vervoort

Discussieer mee... Zo staat er geschreven, laten we dat dan ook doen. Fijn dat er iemand zijn mening en visie geeft, eigenlijk doen harm, ron en guus dat ook in beknoptere vorm. Ik ben ook erg benieuwd naar de uitwijding over hoe jij eea aanpakt.

Harm heeft voor wat betreft groepstraining ook goede punten, waarbij ik graag een oplossing die ik hier gebruik wil delen : uit de hogere groepen spelers mee laten helpen in de training als assistenten, dit heeft veel Pro's, zowel voor de training als voor deze spelers zelf, het heeft als nadeel dat 't hun iets van tijd kost, maar met goed schema lukt 't vaak aardig.
Een tweede voorwaarde is iets dat harm al aangeeft, zorgen dat ze trainbaar worden, het heeft me een jaartje gekost hier maar mijn spelers hier doen veel dingen zelfstandig, en dus kun je enkele spelers apart nemen en semi individueel aanpakken terwijl anderen zelf bezig zijn, waarover je natuurlijk overzicht houdt. Veel vragen stellen, controleren door 't ze zelf te laten uitleggen /onderwijzen, luisteren, kijken..
Alles is ook nogal leeftijdsafhankelijk.

Ideaal is om veel kennis te hebben en zoveel mogelijk over te dragen aan je spelers... Veel van veel weten kost tijd, die heeft lang niet iedereen. En dan nog heb je dingen die je graag doet en waar je meer aanleg voor hebt dan andere afdelingen... Persoonlijk vindt ik 't teveel bezig zijn met energie systemen, opbouwen ed in heel veel gevallen onzin en zeker in clubtraining.. Niet dat je niet fit enz moet zijn, maar 2 uur trainen, 2-3 keer per week, zonder dat je weet wat er in de rest van de tijd gebeurd, hoe de training mentaal wordt gezien (bijvoorbeeld borg of anders) enz...
Meten is weten.... Erg erg discutabel, op zijn best geeft 't je indicaties, in de meeste gevallen had je je tijd beter kunnen besteden aan 't ontwikkelen van technisch tactische vaardigheden... Met full time of semi full time spelers misschien.

Met jeugd, no way.... Ga zoals Rene en harm ook aangeven met ritme, bewegen, zuiver treffen, goede techniek, tactiek ed aan de slag... Hoeveel je ouders binnen een groepstraining kunt betrekken ben ik benieuwd naar, ik heb graag dat ze thuis enigszins ondersteunend werken, rijden, betalen en stil zijn.. Laat de kinderen 't zelf bepalen.

Nogmaals leuk dit te lezen en erg benieuwd naar 't vervolg, uitwijden en discussie over deze dingen.

Guus van der Vlugt

Hoi René,

Met belangstelling je stuk gelezen. Hoe denk je jouw ideeën t.a.v. je zelf te combineren?.
Aan de ene kant zeg je t.a.v. jouw begeleiding van spelers:
"het liefst het hele plaatje: de hele ontwikkeling van het kind, met alle
facetten, zoals voeding, video, tactiek- en techniektraining in een
korte-, middellange en lange termijnplanning"
en daarnaast:
"Kom ik meteen op het punt dat ik vind dat we in Nederland trainers
moeten gaan opleiden met een specialisatie. Je kunt niet alles doen of
leren"

Je kan specialistisch denken:
- in de breedte door jeugdtrainer (van een bepaalde leeftijdscategorie) te zijn
- in de diepte door bijv. een expert te zijn van jeugd tot master van de fysieke component
Op een hoger niveau in alle takken van sport zie je dat de begeleiding rond spelers vaak uit specialisten bestaat, omdat het hier vaak gaat om:
- de gevraagde kennis en vaardigheden van een hoog niveau moeten zijn
- een grote tijdsinvestering die niet door één persoon gedaan kan worden

Guus van der Vlugt

Harm van Schaik

Hoi Rene, ik wil zeker naar de Dutch Junior Open gaan. Met de Denen erbij, krijgen we nog meer verschillende speelstijlen op dat toernooi. Tot dan

Rene Sehr

Harm, bedankt voor je reactie. Ik heb nog steeds de afspraak staan om eerst bij jou langs te komen, maar zoals je wel gelezen zult hebben, kwam er "letterlijk" iets tussen. Ik ben blij dat ik de zaak nu weer heb kunnen opstarten. Maar binnenkort hoop ik eens te mailen voor een afspraak! Maar misschien dat dat pas na de Dutch Junior Open wordt. Maar misschien treffen we elkaar daar wel!

Harm van Schaik

Hoi Rene, heel veel is voor mij ook herkenbaar. Zoals je weet, doe ik zelf (jeugd) groepstrainingen, aangezien dat vanuit economisch perspectief voor mij het enige haalbaar is. Wat ik in mijn jeugd groepstrainingen wil bereiken is dat spelers 'trainbaar' worden, spelers veel juiste raakmomenten hebben en dat de oefeningen tactisch kloppen.

Over het trainbaar worden: spelers moeten aanwijzingen kunnen opvolgen. Dit vereist een vertrouwensband tussen de trainer en de speler, waarbij contact met de spelers en ouders vaak een belangrijke rol speelt -> uitleggen wat je aan het doen bent en ook altijd vragen hoe het gaat. Naast de vertrouwensband, zullen de spelers de coördinatie moeten hebben om een aanpassing uit te kunnen voeren met het aansturen van de spieren. Dus in elke warming-up bezig met coördinatie -> speedladder, oefeningen met tennisbal, ritmisch springen en simpele corestability/kracht oefeningen -> uitdaging en variatie.

Over veel juiste raakmomenten en tactische kloppende oefeningen: wat ik in de oefeningen wil bereiken is dat spelers in situaties komen, die ook in wedstrijden voorkomen, waarbij de aandacht ligt op techniek zodat ze beter om kunnen gaan met een bepaalde situatie. Deze situaties wil je zo vaak mogelijk herhalen, waarbij ook dezelfde timing/hoeken als in wedstrijden wordt gehanteerd. Omdat er in mijn groepstrainingen geen ervaren smf aangevers zijn, werk ik in mijn oefeningen altijd met 1 shuttle. Voordeel hiervan is dat de timing en de hoek waarvan de shuttle komt kloppen en ook dat het tactisch vaak meteen goed in elkaar zit (als het tactisch niet klopt, loopt de oefening niet, direct zichtbaar). Tevens krijgen de spelers een prikkel om elke shuttle over het net te slaan, anders ligt de oefening weer stil. Dus spelers worden vaster.

Waar jij dus veel aandacht op legt is het individu. Prachtig dat je kritische spelers ontwikkelt die zelf weten wat hun sterke en zwakke punten zijn, en hoe ze hier mee om moeten gaan. Feit is dat dat voor mijn gevoel het lastig is om dat in een groepstraining voor elkaar te krijgen. Ik kan namelijk geen uitvoerige gesprekken met spelers voeren, want de speler op de baan ernaast wil ook weer aandacht van mij + overzicht behouden. Maar misschien moet ik eens bij jou langs om te kijken hoe jij dat doet.

Ron Daniels

Eindelijk was het artikel er dan en heb het met veel plezier gelezen, ook de inleiding met de video over Badminton Nederland en de trainers opleiding is een sterk begin van het geen je schrijft Rene. Het bedreigen en onder druk zetten van kinderen hoort niet meer thuis in deze tijd en inderdaad de trainers opleiding is nog het zelfde als 30 jaar geleden niet gezicht op personen maar op het indelen in hokjes.
In dit stukje heb je de voorwaarde uiteengezet en ik ben dus erg benieuwd naar de 1 op 1 inhoud van je training, maar in de voorwaarde staan een aantal dingen die me natuurlijk heel erg aanspreken. Het feit dat je jou spelers laar nadenken en veel vragen stelt is de eerste voorwaarde die er voor nodig is om de X factor bij spelers tot ontwikkeling te laten komen.
In de trainers opleiding zou de aandacht omgekeerd moeten zijn, nu moeten trainers zich ontwikkelen van groep trainer (dat is waar de focus ligt) naar 1 op 1 trainer en er zijn maar heel weinig trainers die dit succesvol doorlopen. De aandacht op de trainers opleiding zou juist 1 op 1 moeten zijn zodat je trainers krijgt die in groeps trainingen denken en uitgaan van de details van 1 op 1.
Op Oro doen we dit inmiddels al 7 jaar en jij was bij de aller eerste in een lange rij van Internationale trainers die deze route met succes heeft afgelegd (samen met je pupilletje toen Imke van de Aar) In die zeven jaar hebben we altijd contact gehouden en heb ik je ontwikkeling gevolgd. Het geven van een prefecte start aan talent kinderen dat is je specialisme, deze goede start zal er toe bijdrage dat ze later niet al te veel schade oplopen in de gedwongen weg naar de top.

Reacties zijn afkomstig uit de periode dat badmintonline.nl Disqus gebruikte als reactiesysteem.

Meer over dit onderwerp

Optimaal trainen onder goede condities

Optimaal trainen onder goede condities

De training: het wat, waarom en wanneer

De training: het wat, waarom en wanneer

Coachen of niet coachen? Dat is de vraag!

Coachen of niet coachen? Dat is de vraag!

René Sehr: in gesprek met de tuinman Victor Anfiloff

René Sehr: in gesprek met de tuinman Victor Anfiloff