De ontwikkelingpuzzel van jeugdbadmintonners - Deel III

De ontwikkelingpuzzel van jeugdbadmintonners - Deel III

Het derde deel van mijn serie had ik eigenlijk iets eerder voor publicatie gepland. Helaas lukte het mij niet om het praktische gedeelte van een training goed op papier te krijgen.

Ik wilde bijvoorbeeld het lopen van het voorveld naar achteren omschrijven en alle aandachtspunten erbij die in mijn hoofd zitten, maar na enkele passen zat ik al een vol A4'tje. Dat ging dus niet lukken zo. Het hele bewegen op de baan is een complex iets en gewoon niet kort te beschrijven. Wederom dus een meer algemeen stukje over voetenwerk en ik hoop nu op wat 'meedenkers'.

Verwarring

Ik kreeg onlangs een filmpje van iemand die zich afvroeg of de training die ze zag bij haar kind niet verwarrend was voor het kind, omdat ik het lopen op de baan graag anders zag. De ene trainer zegt dit, de andere trainer weer dat. Het was een schaduwbadminton-training op de baan. Leuk voor de conditie, maar het kan inderdaad verwarrend zijn als jonge kinderen dit klakkeloos accepteren.

Een van mijn doelen is het kind zelf goed te laten nadenken, maar dat wist je al. Ik heb dus maar het even het stukje van Ron doorgestuurd over dit specifieke onderwerp.

Ik blijf dus constant bezig met het herhalen van wat in mijn ogen voor het betreffende kind goed is; in de hoop dat ze zelf gaan inzien en voelen wat goed is om de verwarring te vookomen.

Ik analyseer regelmatig filmpjes van de door mij getrainde kinderen en daarin vallen enkele dingen op die bij veel jonge kinderen (U11 en U-13 ) voorkomen.

  • Ze staan na de service nooit stil of lopen alvast achteruit, bang om overspeeld te worden - vooral meisjes huppelen heel veel
  • Ze lopen in hoeken en buigen zelden af
  • Ze hebben geen aandacht voor hun (aangepaste) basis/centrum
  • Racketvoering is vaak fout en niet gericht op de slag die ze kunnen verwachten
  • Voetenwerk is een totale chaos - ze staan vaak met een bepaalde voet voor hetgeen ze in grote problemen kan brengen.

Vertragen om tijd te winnen

Ik ben redelijk veel bezig met het nadenken over het juiste voetenwerk voor kinderen en de bijbehorende slagen, zeker aan het net. Uiteraard laat ik ze soms ook trainen op posities hoog op de het net, zolang dit maar vanuit een initiatief situatie gebeurt. Het is echter niet zo goed om een kind van kleiner dan 1.50 meter constant te laten trainen om hoog op het net te zitten. Wanneer ze een reverse dropshot slaan vanuit hun ATH-kant (arount the head), moet je eens kijken hoe lang de diagonaal is die ze vervolgens moeten afleggen.

Heel veel kinderen doen dat vanuit een servicesituatie omdat ze niet krachtig genoeg zijn om een goede clear te slaan en vaak zijn het dus verkeerde tactische keuzes die ze (moeten) maken. Wanneer je dus richting voorveld moet rennen, is het dus een utopie om te denken dat ze de shuttle nog hoog kunnen pakken aan het net. Zeker wanneer een tegenstander net zo goed of iets beter is. Ik ben dus aan het proberen om de kinderen midcourt en in het voorveld juist een beetje meer tijd te laten winnen, door de shuttle juist lager te pakken. Dit in combinatie met het zogenaamde 'afbuigend lopen' en uitstrekken van arm en goed uitstappen. Als de shuttle laag wordt gepakt, is de shuttle dus langer onderweg en heb je meer tijd om je positie t.o.v. het centrum van de baan beter te kunnen controleren. Eigenlijk doen heren het constant in de opbouw en zie je bij de dames nog steeds een te nerveus spelletje.

Het centrum

Ik wil de jongere kinderen zoveel mogelijk vanuit het centrum van de baan laten opereren. Daarbij moeten zij zich heel bewust worden van de zogenaamde 'zoekvoet' zoals ik het maar noem in de opbouwende fase van hun spel. De voeten moeten constant uit elkaar staan zodat te allen tijde een richtinggevende splitstep kan worden gemaakt. Voeten bij elkaar is onbalans en je kunt nooit goed starten.

Aan de rechterkant van de baan is de linkervoet de zoekvoet (rechtshandige speler). Wanneer je dus met rechts uitstapt, moet de linkervoet tijdens het spelen van de shuttle al weer op zoek zijn naar het centrum van de baan. Dat gaat het beste als je de shuttle dus iets lager pakt en iets verder over het net speelt richting servicelijn. Deze tijd gebruik je om terug te kunnen stappen. Voordeel: jonge kinderen komen niet al te dicht bij het net en je creëert een situatie dat ze niet direct overspeeld worden en eenvoudiger naar achteren kunnen starten.

Aan de linkerkant is de rechtervoet de zoekvoet of de rechtervoet als links voetenwerk wordt gebruikt. Deze vorm van spelen vergt meer focus op core stability, stretch en rekken en de juiste techniek van retourneren. Vandaar het filmpje in het vorige deel van de Japanse Oie. Door haar bescheiden lengte moet zij zich een iets andere speelstijl aanmeten en doet ze uiterst knap.

Let wel: met het centrum bedoel ik dus niet de basis waar sommige trainers zeggen dat je naar toe moet, ergens bij de T. Mijn centrum is afhankelijk van welke slag je hebt geslagen of welke slag je kunt gaan ontvangen en hoe je hier al 'afbuigend lopend' het eenvoudigst kunt komen. Gezien vanuit de middenlijn kan en zal het dus opschuiven naar links of rechts of iets naar achteren of naar voren.

Standaard in deze training is bijvoorbeeld ook dat shuttles zoveel mogelijk tegen de hand in worden gespeeld richting de zijlijnen, dit om nog meer tijd te kunnen winnen. In iedere geval trainen we er op dat crossballen altijd rechtdoor worden gespeeld. Ook dat maakt deel uit van de tactische opvoeding.

Splitstep

Cruciaal gegeven is de richtinggevende splitstep. Hier train ik vaak op, vanuit allerlei situaties. Je ziet kinderen vaak met een bepaalde voet voor staan, maar ik probeer ze aan te leren een zoveel mogelijk neutrale positie in te nemen. Dat maakt het starten richting een bepaalde hoek veel eenvoudiger.

In het heetst van de strijd vergeten ze het vaak te doen tijdens wedstrijden, maar de kunst is volhouden, iedere training weer. Neerzetten en trainen en coachen daarop tijdens de wedstrijden. Simpele oefening is vanuit de servicesituatie. Hoge service, neutrale brede voetstand en een shuttle aangooien naar een voorhoek. Dit kan even duren alvorens ze ook daadwerkelijk blijven stilstaan, maar nogmaals, gewoon constant blijven herhalen.

Nog een ander belangrijk punt is het strekken van de racketarm. Hier ligt bij mij ook een grote focus op. Alle oefeningen die ik kinderen zie doen op allerlei filmpjes op internet, zijn voornamelijk gericht op snelheid en explosiviteit. Daarbij zie je heel veel hoeken en rotaties in armen, benen en de pols. Zo snel mogelijk lopen en zo snel mogelijk de shuttle weg slaan. Ik wil echter rust, ritme in de bewegingen en de versnelling moet op het juiste moment gebruikt worden. Er moet een flow in het spel zitten.

Ideale aanvullende training hiervoor is het trainen van schijnslagen aan het net. Schijn betekent variëren met het ritme van je slag die wilt gaan spelen. Het ritme dat ik aanleer is 1, 2, 3. Vooral de 1 is daarbij heel belangrijk en in deze fase rustig. De 1 dient om het racket naar voren in positie te brengen door de arm te strekken en het racket op gezichtshoogte richting voorveld te brengen. Vervolgens volgen tel 2 en 3 die sneller kunnen / moeten / mogen zijn en waarin je de variaties, hoog, snel, cross, spin kunt gaan bepalen. Je kunt hiermee niet snel genoeg beginnen. Kinderen van 8 doen het zonder na te denken. Hun ritme kan nog bepaald worden, bij een 13 jarige wordt dat al wat lastiger. Het is tevens een stukje krachttraining voor fingerpower, arm en schouders. De eerste keer zullen ze het niet eens één rijtje kunnen volhouden: daarom moet dit ook iedere training gebeuren. Vaak varieer ik dus. Doe enkele rijtjes met een bepaalde beweging en daarna direct in een én-shuttle oefening het gaan uitproberen. Tijdens wedstrijden moet ze het ook gewoon doen (als ze een voorsprong hebben).

Geduld

Een van mijn pupillen kreeg een vel papier met een grote G erop. De G van GEDULD. Ze moet beseffen dat alles wat nu doen in het teken staat van het grote opbouwen: tactisch, technisch, conditioneel en mentaal. Het is heel moeilijk want kinderen willen graag prijsjes winnen. Ze willen hun poule winnen en ze willen van dat andere kind winnen. Dat levert frustraties en soms verdriet op. Één stap vooruit en dan soms weer twee stappen achteruit. Kinderen reageren steeds anders, het concentratie- en prestatieniveau fluctueert constant. Dat betekent heel veel praten en ze voorbereiden op de lange weg die voor hen ligt. En dat maakt het juist zo interessant; als uiteindelijk de stukjes op hun plek gaan vallen en het ontwikkelpuzzeltje er gaat uitzien als het complete plaatje voorop de doos.

Tot de volgende...

WhatsApp X

Wat vind je van dit artikel?

Reacties 5

Ron Daniëls

Het opschrijven van je ervaringen op technisch/tactisch gebied is niet eenvoudig, het dwingt je om een beeld met het daarbij horende gevoel wat je heb in je hoofd en dat totaal logisch is voor jou om te zetten in woorden en via die woorden moeten andere die het lezen het in hun hoofd weer moeten omzetten in het zelfde gevoel en beelden. Het is misschien wel een van de moeilijkste onderdelen van het trainersvak en daarom ook gelijk iets wat maar weinige doen want de kans dat je op je bek gaat is groot, je hoeft niet eens op je bek te gaan omdat je het niet weet maar misschien gewoon omdat er in het vertaal proces van beeld/gevoel en woorden veel verloren gaat. Zelf heb ik aankomende trainers en top trainers geholpen met het beschrijven van technische/tactische onderwerpen als een deel van bijscholingen en opleidingen en weet uit ervaring hoe lastig dat proces is als je het niet gewent ben. Ik heb zelf geen enkele moeite met het lezen van de stukken van Rene en dat komt denk ik zelf omdat ik me probeer in te leven in zijn manier van denken (ik zie hem staan op de baan en hoor hem het verhaal vertellen). Verder heb ik 100x meer respect voor trainers die voor hun mening uit durven te komen op papier en met hun visie van een totaal beeld hun acties en gedachten over de sport kunnen verdedigen iets wat 95% van de trainers niet kunnen. Alleen al om deze redenen is het op papier zetten en delen van kennis een belangrijk deel van de trainers opleiding op ORO, het is ook niet voor niets dat nagenoeg alle technische stukken op deze site geschreven zijn door trainers die op ORO zijn opgeleid of er zijn geweest dat zijn naast Rene ook Rien, Andereas, Roel, Aad, Huynh, Henri, Harm. Zet dat af tegen de website van BNL daar waar alle kennis zou moeten zitten en je vindt nagenoeg niets, zelf het selectie beleid waarop ze kleine kinderen afwijzen bestaat niet.
Rene laat je vooral niet afschrikken door BNL of wie dan ook we hebben trainers als jou hard nodig dus keep up the good work.

Rene Sehr

Dank je Henri, jammer dat je zo weinig in Nederland bent. Was de Dutch Junior Open niet eens een mooi moment geweest om met wat Italiaanse spelers te komen?
Over de reactie's. Ik ben bezig met kinderen van 9-11 en voor hen is de baan nog heel erg groot, vandaar simpel en wel alvast een goede basis neerleggen.Zeg nu zelf, hoeveel meiden staan nog enorm te huppelen en op de baan te springen en heen en weer te dansen. Als ik wat rust daarin kan aanbrengen, maak ik ze gereed voor de volgende trainer die ermee verder kan. Althans, in de ideale badmintonwereld....

Henri Vervoort

Tsja.... Ik had eea al gelezen op Facebook maar vind 't niet terug nu. Toch mijn stuiver in 't zakje doen over 't technische aspect vd discussie.

Het klopt dat als de afstand vd shuttle tot de tegenstander korter wordt deze er in principe sneller bij is. Dus meer dan tijdwinnen zou ik 't in de ruimte zoeken, je kunt in principe je eigen veld iets kleiner houden. Immers dicht bij 't net spelen op een diepere push/blok (ik begrijp op of over de voorste serveerlijn) is riskanter voor de tegenstander (meer fouten statistisch gezien) en vergt meer een boog, en dus tragere, vlucht wat mij weer tijd geeft om toch hoog op die shuttle te komen.

Ik zou ook niet perse met dat voetenwerk werken, al is 't bij kinderen niet verkeerd. Zelf liever dat ze vroeg 't onderscheid leren tussen defensieve splitstep en offensief. Worden ze iets ouder en vaardiger dan ga je zorgen dat je voeten meestaan met de met de hand slagen vd tegenstander, maar je bereikt die positie op vrijwel 't slagmoment, en dat kan best met rechts of links voor zijn. Dit zorgt ervoor dat als je tegenstander met de hand meespeelt je sneller bij de shuttle bent en daardoor meer opties hebt, dus lastiger voor de ander, en om niet met je voeten mee te spelen dwing je een slag tegen de hand af, dit levert bij veel spelers een hoger foutenpercentage op..

Groeten

Rene Sehr

Beste Wouter, typisch Nederlandse reactie. Ik zou jouw reactie anders geformuleerd hebben: "beste Rene, ik heb jouw stuk aandachtig gelezen, maar snap het niet helemaal. Misschien kunnen we eens hierover van gedachten wisselen op de baan, zodat we kunnen proberen op 1 golflengte te zitten. Voor nu ga ik op jouw stuk reageren en proberen uit te leggen hoe ik het zie en waarom jouw methode niet werkt. Ik spreek je hopelijk snel. Met vr.grt Wouter...

badmintonline.nl

Ron Daniëls fan Wouter van den Hoogen reageert:

"Het woord ik komt het meest voor. Het stuk gaat van de hak op de tak en geeft zinloze informatie. Het is vast goed bedoeld en zit mogelijk zelfs goed in je hoofd. Maar met dit stuk los je niks op. Bijvoorbeeld: Als je om tijd te winnen de shuttle verder van het net speelt is je tegenstander er echt eerder bij. Het centrum van de baan is in strijd met eerdere opmerkingen over aangepaste basis. Volgende keer laten reviewen"

https://www.facebook.com/re...

Reacties zijn afkomstig uit de periode dat badmintonline.nl Disqus gebruikte als reactiesysteem.

Meer over dit onderwerp

Optimaal trainen onder goede condities

Optimaal trainen onder goede condities

De training: het wat, waarom en wanneer

De training: het wat, waarom en wanneer

Coachen of niet coachen? Dat is de vraag!

Coachen of niet coachen? Dat is de vraag!

René Sehr: in gesprek met de tuinman Victor Anfiloff

René Sehr: in gesprek met de tuinman Victor Anfiloff