Één van mijn oudste zussen vraagt me te gaan overslaan. Bij elke slag tellen we hardop: 21, 22, 23 en zo door. "We kunnen wel de 100 halen hoor", roep ik.
De wind deed ons niks, want dat maakte het gewoon uitdagender en ongemerkt speelden we onszelf moe met campingbadminton.
Melancholiek als ik ben, hoor ik de jaren 80 muziek nog uit mijn veels te grote Ricatech ghettoblaster komen, ruik ik de pannenkoekenlucht nog uit de caravan komen en voel ik de samenhang van jeugd en familie zonder de tussenkomst van mobieltjes.
Vorige zomer was er een AirBadminton-uitje op het strand in Den Haag.
De locatie was een sportarena op het strand. Kinderen speelden lachend de AirShuttle van de ene naar de andere kant van het net.
Iedereen was bezig en niemand zat op zijn mobiel. Nou ja niemand... ik zat er op, want ik gebruikte hem om mijn drone aan te sturen zodat ik alles haarfijn kon vastleggen.
Ineens hoorde ik het, ze waren aan het tellen. Zes kinderen op een baan, buiten op het zand. 18, 19, 20, 21... Ik waande me meteen terug in 1987.
Ik zeg het maar eerlijk: dat AirBadminton, da's niet mijn ding. Ik zie het nog niet als een middel om 'echt' badminton beter te promoten. Ik zie ook niet hoe dat een Olympische sport kan worden.
Maar één ding weet ik zeker: met zo'n AirShuttle hadden we zeker de 100 gehaald. Toch blijf ik lekker 'echt' badminton spelen :)
M.