Opvallend is dat Nederland geen positie heeft ingenomen, waar andere landen dat wel hebben gedaan. De Denen, de Zwitsers en onze zuiderburen volgen braaf de BWF, maar de vraag is of dit de ideale keuze is? Frankrijk voert het door in hun bondscompetitie en maakt een uitzondering voor het recreatieve niveau en Duitsland kiest voor een gefaseerde aanpak van invoering.
Samenvatting
Dit artikel geeft een uiteenzetting of Badminton Nederland de BWF moet volgen in de overstap naar het 3×15-scoresysteem, moet blijven spelen tot 21 punten, of voor een gedifferentieerde aanpak moet kiezen. Kern van het advies: het verschil in foutenmarge tussen internationale elitespelers en de spelers die het gros van de Nederlandse bondscompetitie vormen is zo groot, dat een 1-op-1-overname van de BWF-wijziging niet voor de hand ligt.
Advies: houd de reguliere competitie, in ieder geval de lagere divisies, op 21 punten. Maak een uitzondering voor de eredivisie (en eventueel hogere divisies) en geef toernooiorganisatoren de vrijheid om zelf te kiezen, met uitzondering van NK's en NJK’s etc., waar Badminton Nederland duidelijkheid moet bieden.
De Badminton World Federation
De BWF geeft als reden voor de wijziging:
- Spannendere en competitievere wedstrijden
Kortere games zorgen voor meer close-scoresituaties en meer ‘spannende punten’, wat de algehele wedstrijdspanning verhoogt. - Sneller naar cruciale momenten
Spelers bereiken beslissende ‘eindfases’ sneller, wat het tempo en de betrokkenheid van het publiek op peil houdt. - Kortere en beter voorspelbare wedstrijdduur
Een lager aantal punten verbetert de planning, de wedstrijddoorstroom en de consistentie voor uitzendingen, en ondersteunt herstel van spelers en vermindert vermoeidheid. - Voordelen voor alle belanghebbenden
- Spelers: minder fysieke belasting, lager blessurerisico, langere carrières en meer energie en betrokkenheid per rally.
- Officials: minder vermoeidheid en consistentere prestaties tijdens lange toernooidagen.
- Fans en omroepen: dynamischere kijkervaring en hogere spelersprestaties.
- Toernooiorganisatoren: efficiëntere operationele planning en sterkere betrokkenheid van toeschouwers.
- Spelers: minder fysieke belasting, lager blessurerisico, langere carrières en meer energie en betrokkenheid per rally.
Bron: BWF News, “3x15 Scoring System for Decision at BWF AGM 2026”, 12 februari 2026 (bron 1).
Bovenstaande punten zijn zeer valide punten voor het internationale topbadminton, de elitespelers, en ik begrijp ook heel goed waarom dit is goedgekeurd vanuit dat perspectief.
Nederlandse competitie
Wat een groot verschil is tussen elite spelers en niet-elite spelers is de snelheid van fouten maken.
(Hierbij is mijn definitie van een elite speler dat dit een speler/speelster is die uitkomt in het internationale circuit. Wat mij betreft valt de eredivisie badminton hier tussenin, dat is een combinatie van elite en niet-elitespelers. Een arbitraire keuze.)
Sportwetenschappelijk onderzoek bevestigt dit verschil: bij de internationale wereldtop duurt een gemiddelde rally ongeveer 6-13 slagen, met uitschieters naar 20+ bij lange rally's (bron 2, bron 3). Bij minder ervaren/recreatieve spelers is een rally meestal na een paar slagen (grofweg 3-5) alweer voorbij, vooral omdat fouten sneller optreden. Dit verschil is precies de reden waarom je moet nadenken of je de BWF-wijziging 1 op 1 wil overnemen.
Ik speel zelf ook competitie in de lagere divisies en ik weet uit ervaring dat een wedstrijd over 2 banen ongeveer 2 uur duurt, plus en min een kwartier. (Met wisselbanen kan het langer duren.)
Een wedstrijd in de Nederlandse Badminton Eredivisie over 2 banen duurt 3 - 4 uur over het algemeen, een uur / anderhalf uur langer dan een wedstrijd in lagere divisies. Dit verschil en het feit dat hier publiek bij komt kijken zou een uitzondering kunnen betekenen. De hogere divisie divisies zitten wellicht nog iets dichter bij de eredivisie, maar rekening houdend met de competitiepiramide geldt dat verreweg de meeste spelers/speelsters in de 5e t/m 9e divisie spelen.
Laten we even rekenen:
Best of 3 tot 21 punten
- Partij die in 2 games gaat: bijvoorbeeld 21-15 + 21-17 ≈ 74 punten
- Partij die naar 3 games gaat: bijvoorbeeld 21-18 + 18-21 + 21-15 ≈ 114 punten
- Als je aanneemt dat grofweg 70% van de partijen in 2 games eindigt en 30% naar een derde game gaat, kom je op een gemiddelde van ongeveer 85 punten per partij (0,7×74 + 0,3×114).
- Voor een hele teamwedstrijd van 8 partijen betekent dat: 8 × 85 = 680 punten, met een redelijke bandbreedte van pakweg 600 tot 750 punten
Best of 3 tot 15 punten
- Partij die in 2 games gaat: bijvoorbeeld 15-10 + 15-12 ≈ 52 punten
- Partij die naar 3 games gaat: bijvoorbeeld 15-13 + 13-15 + 15-11 ≈ 82 punten
- Met dezelfde verhouding van 70% tweegamers / 30% driegamers kom je op een gemiddelde van ongeveer 61 punten per partij (0,7×52 + 0,3×82).
- Voor de hele teamwedstrijd van 8 partijen: 8 × 61 = 488 punten, met een bandbreedte van grofweg 430 tot 550 punten.
Vergelijking
Bij 21 punten kom je op 680 punten gemiddeld en bij 15 punten tot gemiddeld 488 punten. Dat scheelt dus zo'n 28% minder punten in totaal. Als je dat vertaalt naar tijd wordt 120 minuten (2 uur) nu 85 minuten (krap 1,5 uur) als je de tijd ook met 28% verlaagt.
Verificatie met echte wedstrijddata (seizoen 2025-2026)
Om deze theoretische schatting te toetsen zijn de daadwerkelijke uitslagen geanalyseerd van 20 gespeelde teamwedstrijden (160 partijen) uit de bondscompetitie 2025-2026, gelijk verdeeld over de 5e en 7e divisie (bron 4).
- 5e divisie: gemiddeld 79,6 punten per partij, ofwel ca. 637 punten per teamwedstrijd van 8 partijen; 73,75% van de partijen eindigde in 2 games, 26,25% ging naar een derde game.
- 7e divisie: gemiddeld 76,5 punten per partij, ofwel ca. 612 punten per teamwedstrijd; 77,5% in 2 games, 22,5% naar een derde game. (Dit gemiddelde ligt iets lager doordat de steekproef twee partijen met een opgave en drie forfait-achtige 0-21-scores bevatte, een kenmerk van lagere divisies waar teams soms niet voltallig zijn.)
Beide uitkomsten liggen dichtbij, maar iets onder, de theoretische schatting van 680 punten, de aanname van 70%/30% blijkt in de praktijk zelfs iets aan de voorzichtige kant.
Let op: de omrekening van punten naar speeltijd (de 28% hierboven) is een aanname. Wisseltijd tussen punten, opwarmen en het wisselen van kant schalen niet per definitie evenredig mee met het aantal gespeelde punten, de daadwerkelijke tijdsbesparing bij een overstap naar 15 punten kan dus hoger of lager uitvallen dan 28%.
Nu is de enige vraag die je kunt stellen, is een kortere wedstrijd in de lagere divisies gewenst of niet?
Als ik afga op de derde helft gesprekken die ik hierover voer valt me op dat de spelende competitiespelers in de lagere divisies die ik spreek helemaal geen behoefte hebben aan kortere teamwedstrijden, maar wellicht dat nieuwe toetreders hier anders over denken, maar de huidig spelende personen willen eigenlijk niet veranderen en vinden wedstrijden van 2 -3 uur helemaal niet erg. Probleem is natuurlijk dat dit nooit echt specifiek is gepeild, voor zover ik kon nagegaan is hier geen gepubliceerde informatie over beschikbaar.
In de eredivisie wil ik zeker wel pleiten voor kortere wedstrijden en snellere beslismomenten in de wedstrijd, dus hier zou ik voor een uitzondering zijn.
Ik wil ook nog apart de jeugdcompetitie hier benoemen. Jeugd heeft belang bij zoveel mogelijk meters maken, ik zou dus zeker niet pleiten voor verkorten van de wedstrijden. Deze wedstrijden duren überhaupt al korter dan de berekeningen van de wedstrijden zoals hierboven beschreven en kennen in de startfases al aangepaste tellingen.
Nederlandse toernooien
Laatste aspect wat ik wil benoemen zijn toernooien. Toernooien, ook in Nederland, lopen vaak uit. Door wedstrijden te verkorten wordt de voorspelbaarheid van de tijd beter. Ondanks dat ik geen harde feiten heb constateer ik wel dat toernooien, zeker tegen het einde van de dag, vaker uitlopen dan precies op schema eindigen.
Ik kan me dus heel goed voorstellen dat er toernooiorganisatoren zijn die de nieuwe telling zouden willen omarmen. Maar laat dat gewoon aan de marktwerking over en laat toernooiorganisatoren dit zelf bepalen. Hou de reglementen dus open voor beide puntentellingen, maar creëer wel duidelijkheid voor de door BNL georganiseerde toernooien. Ik twijfel zelfs of Master 1 toernooien ook niet beter af zouden zijn met 15 punten en een NK zou zeker gebaat zijn bij de verkorte wedstrijden, zodat je sneller beslismomenten hebt voor het publiek.
Conclusie
Het verschil in foutenmarge en daarmee in rallyduur en wedstrijdduur tussen internationale topspelers en de spelers die het gros van de Nederlandse bondscompetitie vormen, is te groot om de BWF-wijziging zonder meer over te nemen. Analyse van daadwerkelijk gespeelde wedstrijden in de 5e en 7e divisie bevestigt dat een reguliere teamwedstrijd tot 21 punten in de praktijk zo'n 610-640 punten omvat, wat aansluit bij de 2-3 uur speeltijd waar de meerderheid van de spelers vooralsnog tevreden mee lijkt. Voor de eredivisie en voor toernooien liggen de afwegingen anders, door respectievelijk het publieksaspect en de behoefte aan voorspelbare planning. Een gedifferentieerd beleid, 21 punten als standaard, met ruimte voor uitzonderingen waar dat aantoonbaar meerwaarde heeft, doet meer recht aan deze verschillen dan een uniforme overstap naar 15 punten.
Aanbeveling
- Blijf in de reguliere competitie, in ieder geval de lagere divisies, spelen tot de 21 punten spelen, omdat de rally’s aanzienlijk korter zijn dan op het internationale circuit doordat op het lagere niveau sneller fouten worden gemaakt
- Maak een uitzondering voor de eredivisie (en eventueel hogere divisies)
- Geef toernooiorganisatoren de vrije hand en sta beide puntentellingen toe, zodat zij kunnen optimaliseren voor hun toernooi (marktwerking)
- Geef wel duidelijkheid voor de NK’s, NJK’s etc.
Bronnen
- Badminton World Federation (BWF), “3x15 Scoring System for Decision at BWF AGM 2026”, BWF News, 12 februari 2026: https://bwfbadminton.com/news-single/2026/02/12/3x15-scoring-system-for-decision-at-bwf-agm-2026/
- “Long rallies and next rally performances in elite men’s and women’s badminton”, PLOS ONE, 2020.
- “Match-play data according to playing categories in badminton: a systematic review”, Frontiers in Sports and Active Living, 2025.
- Eigen analyse van 20 teamwedstrijden (160 partijen) uit de Bondscompetitie 2025-2026, 5e en 7e divisie, op basis van de officieel geregistreerde uitslagen op toernooi.nl (Badminton Nederland).